Overlijden

Als u overlijdt, dan krijgt uw partner een nabestaandenpensioen als het huwelijk of samenlevingscontract voor uw pensioen- of ontslagdatum is gesloten. Voor uw minderjarige kinderen of studerende kinderen tot 25 jaar is er een wezenpensioen.

Nabestaandenpensioen

Als u gehuwd bent of als u een partner heeft met wie u bij een notaris een samenlevingscontract heeft gesloten, dan heeft uw partner recht op een nabestaandenpensioen als u overlijdt. Voorwaarde is dat het huwelijk of de samenlevingsovereenkomst gesloten moet zijn voor het moment dat u met ontslag bent gegaan of voor uw pensioendatum.

Als u overlijdt op het moment dat u nog in dienst bent van uw werkgever, dan krijgt uw partner een nabestaandenpensioen dat 5/7de deel is van het ouderdomspensioen dat u had kunnen opbouwen als u tot uw pensioenleeftijd in dienst was gebleven.

Als u overlijdt nadat u met ontslag bent gegaan maar nog niet met pensioen, dan heeft uw partner recht op een nabestaandenpensioen dat 5/7de deel is van het ouderdomspensioen dat u tijdens uw dienstverband had opgebouwd.

Als u overlijdt nadat u al met pensioen bent gegaan, ontvangt uw partner 5/7de deel van het op dat moment voor u geldende ouderdomspensioen.
Het nabestaandenpensioen gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de datum van uw overlijden. Het wordt uitgekeerd tot de laatste dag van de maand waarin uw partner overlijdt.

Bijzonder nabestaandenpensioen

Uw ex-partner heeft bij uw overlijden recht op bijzonder nabestaandenpensioen. Dit bedraagt de helft van het tijdens het huwelijk of de samenlevingsovereenkomst opgebouwde nabestaandenpensioen.

Wezenpensioen

Als u overlijdt hebben uw ongehuwde kinderen recht op een wezenpensioen tot zij de leeftijd van 18 jaar bereiken. Voor ongehuwde kinderen die nog volledig studeren of die door ziekte of handicap niet zelf voor voldoende inkomen kunnen zorgen, geldt een leeftijdsgrens van 25 jaar.

Onder uw kinderen worden ook stief-, pleeg- of adoptiekinderen verstaan. Dat geldt eveneens voor kinderen voor wie een wettelijke onderhoudsplicht is opgelegd aan deelnemers van het pensioenfonds.
Het wezenpensioen per kind bedraagt 1/7de deel van het ouderdomspensioen dat u had kunnen opbouwen als u tot uw pensioenleeftijd was blijven werken.

Als u overlijdt nadat u met ontslag bent gegaan maar nog niet met pensioen, dan is het wezenpensioen per kind 1/7de deel van het ouderdomspensioen dat u tijdens uw dienstverband had opgebouwd.
Als u overlijdt na uw pensionering en u dan nog kinderen heeft die aanspraak maken op een wezenpensioen, is het 1/7de deel van uw dan geldende pensioen per kind.
Als kinderen beide ouders hebben verloren, wordt het wezenpensioen verdubbeld naar 2/7de deel per kind. Dit geldt ook als er wel nog een ouder in leven is, maar die geen recht heeft op nabestaandenpensioen.
Er is een maximum aan het totaal uit te keren nabestaanden- en wezenpensioen samen. De regels hiervoor staan in het NPR 2014.

Vertel het aan APFA

Het is belangrijk dat uw nabestaanden APFA op de hoogte brengen van uw overlijden. Dat doen ze met het indienen van een overlijdensakte. APFA kan daarna overgaan tot het uitbetalen van de overlijdensuitkering en het nabestaanden/wezenpensioen.

Stichting Algemeen Pensioenfonds Aruba
Seroe Blanco 4, Oranjestad, Aruba
T.(297) 525 2732 F.(297) 525 2727
info@apfaruba.org